‘Wat mij blijft verbazen is dat jij de enige persoon bent die erin geslaagd bent iets te veranderen aan mijn rugklachten.’
Die zin uit een mail van een klant bleef bij mij hangen.
Niet omdat ik hem lees als: ‘Jeroen heeft mijn rug opgelost.’
Integendeel.
Wat mij eraan raakt, is wat erachter zit.
Ze loopt al langer rond met rugklachten. Ze heeft verschillende vormen van begeleiding geprobeerd. Ze doet aan lichaamsgericht werk. Ze probeert oefeningen. Ze zoekt naar verklaringen.
En zoals zoveel mensen die ik begeleid, komt ze op een bepaald moment terecht op een plek waar verschillende verhalen naast elkaar beginnen te bestaan.
De ene persoon zegt dat het lichamelijk is.
Iemand anders zegt dat het door spanning komt.
Nog iemand anders vertelt haar dat haar klachten voornamelijk het gevolg zijn van opgeslagen trauma.
En ondertussen blijft Sarah achter met dezelfde vraag:
Wat moet ik nu eigenlijk doen?
Wanneer je al veel geprobeerd hebt
Ik ontmoet heel vaak mensen die precies daar zitten.
- Ze hebben kinesitherapie gevolgd.
- Oefeningen gekregen.
- Yoga geprobeerd.
- Misschien osteopathie, massage of lichaamswerk.
- Ze hebben gelezen over stress, trauma, fascia, ademhaling of het zenuwstelsel.
En toch blijft hun lichaam hen op bepaalde momenten tegenhouden.
Dat is frustrerend.
Want hoe meer verklaringen je krijgt, hoe moeilijker het soms wordt om nog te weten naar wie of wat je moet luisteren.
Ze verwoordde dat heel duidelijk.
Na een eerdere periode waarin haar rugklachten veranderd waren, kreeg ze opnieuw last van haar knie tijdens een nieuw oefenprogramma. Tegelijk voelde haar rug anders dan vroeger. De pijn in haar lage rug was veranderd, maar ze ervaarde nu hogerop meer spanning.
En dus kwam de twijfel:
- Moet ik de oefeningen verderzetten?
- Moet ik andere oefeningen doen?
- Is het misschien trauma?
- Moet ik vooral nog meer innerlijk werk doen?
Dat is het moment waarop ik binnen Intelligent Motion meestal niet begin met een nieuw antwoord.
Ik begin met kijken.
Je lichaam is geen verzameling losse onderdelen
Wanneer iemand bij mij komt met rugpijn, kijk ik niet alleen naar de rug.
Bij kniepijn kijk ik niet alleen naar de knie.
En wanneer stress een rol speelt, concludeer ik evenmin dat de klacht ‘dus psychisch’ is.
Het lichaam werkt niet in zulke vakjes.
Je lichaam past zich voortdurend aan aan wat het tegenkomt.
- Aan belasting.
- Aan beweging.
- Aan vermoeidheid.
- Aan vroegere blessures.
- Aan stress.
- Aan angst of onzekerheid.
- Aan eerdere ervaringen.
En ook aan de manier waarop je brein en zenuwstelsel vandaag bepaalde situaties en bewegingen inschatten.
Daarom zie ik pijn vaak niet alleen als een probleem dat zo snel mogelijk weg moet.
Pijn is ook informatie.
Het vertelt ons dat het lichaam ergens bescherming organiseert.
Maar die bescherming vertelt nog niet automatisch waarom dat gebeurt.
En precies daar ontstaat volgens mij een belangrijk verschil.
Niet alles is trauma
Ze kreeg te horen dat haar rugpijn voornamelijk veroorzaakt werd door opgeslagen trauma en dat ze daarom meer innerlijk werk moest doen.
Ik vind het belangrijk om daar genuanceerd naar te kijken.
Ervaringen uit het verleden kunnen absoluut invloed hebben op hoe ons lichaam vandaag reageert. Angst, langdurige stress of ingrijpende ervaringen kunnen mee bepalen hoeveel spanning en controle een lichaam organiseert.
Maar dat betekent niet dat iedere hardnekkige pijnklacht gereduceerd kan worden tot trauma.
Net zoals het te eenvoudig zou zijn om rugpijn alleen aan een spier of gewricht toe te schrijven.
Voor mij gaat het niet over kiezen tussen:
- ‘Het is fysiek.’
of:
- ‘Het zit in stress of trauma.’
De interessantere vraag is:
Hoe reageert jouw lichaam vandaag, en wat beïnvloedt die reactie?
Dat is de Taal van Beweging die ik mensen probeer te leren begrijpen.
Een oefening is geen opdracht die je moet volbrengen
Ook rond beweging zie ik vaak dezelfde overtuiging.
Je krijgt een oefenprogramma en vervolgens moet je dat uitvoeren.
- Drie reeksen.
- Tien herhalingen.
- Elke dag.
En wanneer het niet lukt, denken mensen soms dat ze niet consequent genoeg zijn.
Of dat ze nog wat harder moeten proberen.
Maar een oefening is voor mij geen doel op zich.
Een oefening is input.
We geven het lichaam een bepaalde beweging en kijken hoe het reageert.
- Kan je de beweging soepel uitvoeren?
- Moet je forceren?
- Hou je ergens je adem vast?
- Voel je veel controle of spanning?
- Kan je nog waarnemen wat er in je lichaam gebeurt?
- Hoe voelt je lichaam onmiddellijk daarna?
- En wat gebeurt er enkele uren later?
Dat is waardevolle informatie.
Toen ze vertelde dat haar kniepijn opnieuw toenam na het uitvoeren van haar oefenprogramma, was mijn conclusie daarom niet:
‘Je moet gewoon verder oefenen.’
Maar ook niet:
‘Stop maar met bewegen.’
De vraag werd:
Welke beweging kan haar lichaam vandaag wél verwerken zonder opnieuw extra bescherming te moeten opbouwen?
Je natuurlijke grens leren herkennen
Dat is een belangrijk onderdeel van mijn begeleiding.
Ik wil mensen opnieuw leren bewegen binnen wat ik hun natuurlijke grens noem.
Die grens ligt niet noodzakelijk op het punt waar iets pijn begint te doen.
Ze ligt vaak vroeger.
Het is het punt waarop een beweging minder vanzelfsprekend wordt.
- Waar je begint te forceren.
- Waar je lichaam extra controle begint op te bouwen.
- Waar je adem verandert.
- Waar je minder goed kan voelen wat je aan het doen bent.
Veel mensen hebben geleerd om daar voorbij te gaan.
Omdat we denken dat vooruitgang ontstaat door grenzen te verleggen.
Soms is dat ook zo.
Maar wanneer een lichaam al veel bescherming organiseert, kan vooruitgang eerst betekenen dat je leert herkennen waar die bescherming begint.
En dat je het lichaam daar nieuwe ervaringen aanbiedt.
Niet om het te overtuigen.
Niet om pijn weg te trainen.
Maar om het opnieuw meer mogelijkheden te laten ervaren.
Mijn rol als coach is niet om alle antwoorden te hebben
Dit is misschien één van de belangrijkste elementen van Intelligent Motion.
Ik wil niet degene zijn die tegenover iemand zit en zegt:
‘Ik weet wat er met jouw lichaam aan de hand is.’
Mijn rol is anders.
- Ik observeer.
- Ik stel vragen.
- Ik laat iemand bewegen.
- We testen.
- We voelen.
- We veranderen iets.
- En vervolgens kijken we opnieuw.
- Wat gebeurde er?
- Wat voelde anders?
- Waar kwam meer ruimte?
- Waar ontstond juist meer spanning?
- Welke beweging gaf vertrouwen?
- Welke beweging was vandaag nog te veel?
Op die manier wordt begeleiding een proces waarin ik mijn kennis en ervaring gebruik om de signalen van het lichaam mee te helpen vertalen.
Maar de klant blijft zelf een essentieel onderdeel van dat proces.
De klant kan mij namelijk informatie geven die geen enkele scan of test mij volledig kan vertellen.
- Hoe haar beweging voelt.
- Wanneer haar lichaam spanning opbouwt.
- Welke beweging vertrouwen geeft.
- Wanneer ze het gevoel krijgt dat ze moet doorduwen.
- Hoe haar lichaam nadien reageert.
Die informatie hebben we nodig.
Van afhankelijkheid naar vertrouwen
Uiteindelijk is dat misschien nog belangrijker dan één perfecte oefening vinden.
Ik wil niet dat iemand jarenlang afhankelijk wordt van mij om te weten wat hij of zij mag doen.
Ik wil dat iemand het eigen lichaam opnieuw beter leert begrijpen.
Dat je kunt voelen:
Vandaag kan ik iets verder.
Vandaag vraagt mijn lichaam om minder.
Deze beweging helpt mij.
Hier begin ik te forceren.
Deze spanning hoeft me niet onmiddellijk bang te maken.
Hier wil ik even naar luisteren.
Dat verandert de relatie met je lichaam.
Je lichaam wordt dan niet langer iets dat onverwacht tegenwerkt.
Het wordt iets waarmee je opnieuw in gesprek kunt gaan.
Pijnvrij bewegen begint voor mij daar
Natuurlijk wil ik dat mensen minder pijn ervaren.
Dat Sarah opnieuw comfortabel kan zitten.
Dat ze kan bewegen zonder voortdurend rekening te moeten houden met haar rug of knie.
Dat ze opnieuw kan doen wat voor haar belangrijk is.
Maar pijnvrij bewegen betekent voor mij meer dan alleen de afwezigheid van pijn.
Het betekent dat je opnieuw vertrouwen voelt.
Dat je lichaam niet langer iets is dat je voortdurend moet controleren.
Dat beweging geen test wordt die je moet doorstaan.
Dat je opnieuw mogelijkheden begint te ervaren.
Daarom is mijn vraag binnen Intelligent Motion zelden alleen:
‘Hoe krijgen we deze pijn weg?’
Ik ben veel nieuwsgieriger naar:
Wat vertelt jouw lichaam ons vandaag?
Waar bouwt het bescherming op?
Welke input heeft het nodig om opnieuw ruimte te ervaren?
En:
hoe kunnen we jou leren die taal zelf steeds beter te begrijpen?
Dat is voor mij de essentie van Intelligent Motion.
Niet harder werken tegen je lichaam.
Maar leren samenwerken mét je lichaam.
Zodat bewegen opnieuw iets wordt waar je op kunt vertrouwen.
En uiteindelijk opnieuw een weg naar vrijheid.
